De kooi, een ondraaglijk bestaan (Peter Adriaenssens)

Het beeld van de kooi in Marcinelle waarin Julie en Melissa werden opgesloten door Dutroux en waarin ze gestorven zijn, is op ieders netvlies gebrand. Ze zijn daar gestorven aan ondervoeding en vreselijk misbruik, zo is gebleken. Op de laatste zitting werd voorgerekend dat er nooit voldoende water kon geweest zijn om hen te laten overleven. Maar er is meer. Het recente onderzoek naar het impact van traumatische ervaringen op de ontwikkeling en de functie van hersenen van kinderen, wijst uit dat de kooi zelf beschouwd moet worden als mede-dader van de moord. De kooi is een foltertuig.

Tot in het begin van de jaren 90 dacht men dat de gevolgen van kindermishandeling en misbruik vooral van psychologische aard waren. Intussen heeft neurobiologisch onderzoek aangetoond dat ze de uiting zijn van de schade aan de hersenen, gevolg van het leven onder abnormaal hoge traumatische stress. Hersenen zijn niet gemaakt om aanhoudend in een bad met stresshormoon te zitten. De prijs daarvoor is het verlies van hersencellen. De hersenen van kinderen groeien en ze ontwikkelen voortdurend nieuwe mogelijkheden, ze zijn dus uiterst gevoelig voor die hoge dosissen stresshormoon. Het tast hun geheugen aan, hun gevoel voor tijd en plaats. Het verstoort ook de normale aanwezigheid van neurotransmitters, de chemische boodschappers in de hersenen. Dat leidt tot depressie, tot stilvallen van de eetlust, bij jonge kinderen vertraagt de groei zelfs fors. De schadelijke invloed is niet bij iedereen even sterk, we weten vandaag nog niet goed waar dat van afhangt. Ondanks die variatie, wijst onderzoek aan dat als er diverse vormen van ernstige traumatische ervaringen samenkomen, de destructieve invloed versnelt en vergroot. De slachtoffers van Dutroux maakten het allemaal mee: ontvoering, gevangenneming, seksueel misbruik en gebrek aan voeding. De kooi als leefplaats kwam dit nog eens versterken.

Om te leven hebben kinderen stimulatie nodig: activiteiten, contacten, aandacht,... In de kooi was dat alles afwezig. Aanhoudende stilte is stress voor de hersenen, die ‘iets’ gaan zoeken om zichzelf alert te houden. Dieren in een kooi ontwikkelen daarom zinloze bewegingen, om niet gek te worden. Geïsoleerde gevangenen kloppen op buizen om te communiceren, of zingen. De blijvende stilte en verveling wordt echter dodelijk: de neurotransmitters in de hersenen geraken uit balans, het slachtoffer ‘kraakt’ en wordt depressief en ziek, zelfs gek. Bovendien haalt een kooi zonder daglicht ook het tijdsgevoel onderuit. Het enige wat dan nog structuur zou aanbrengen zijn regelmatige etenstijden, maar ook dat kregen de slachtoffers van Dutroux niet. Martelen wordt vaak gecombineerd met dit soort isolatietechnieken, om het ‘breken’ van de persoon te versnellen. Mensen die een ontvoering in isolatie redelijk goed doorstaan hebben, waren er meestal in geslaagd een activiteit te creëren (zoals Laetitia een dagboek bijhield) en een stabiel dag en nachtritme te bewaren. Hoe ouder hoe meer kans dat zulks lukt. Julie en Melissa waren te jong in ontwikkeling om dit soort overlevingsstrategieën te vinden. En dat is terug te vinden in de getuigenissen. Eens de hersenen in een kritische toestand raken waar isolement ondraaglijk wordt, gaan ze in op gelijk welke kans op activiteit uit overleving, wat het ook is. Normen zijn dan doorbroken. Dutroux vertelt dat de kinderen aanhankelijk waren, hem een kus gaven als hij verscheen. Wat hij voorstelt als een teken dat de kinderen hem toch niet zo’n slechte man vonden, is een dramatisch voorbeeld van de aftakeling van de mogelijkheden van hun hersenen. Seksueel misbruik werd de enige ‘activiteit’ die hun complete isolement doorbrak.

An en Eefje waren ouder, hun hersenen werken al anders. Zoals in een concentratiekamp waren ze naakt en geketend. Ontdaan van waardigheid, en veroordeeld om doelloos op een bed te liggen richtte de dodelijke cocktail van misbruik, ondervoeding en verveling zijn schade aan. Ik vermoed dat daar de verklaring ligt waarom twee geslaagde ontsnappingen van één van hen toch door Dutroux belet konden worden. Onder invloed van de aanhoudende traumatische stress werkten de hersenen van de slachtoffers niet meer zoals het hoort en waren ze niet meer in staat een goed plan uit te werken.

Een mentale kooi

De kooi die Dutroux maakte staat ook symbool voor de mentale kooi waarin hij leeft en zijn eigen waarheid creëert. Wat men ook zegt, het deert hem niet. Niets geraakt in de kooi in zijn hoofd. ‘Dutroux is een psychopaat, wat gebeurde is uitzonderlijk’ is dan ook juist. En toch moeten we opletten dat dit niet een andere kooi doet ontstaan in de hoofden van het publiek. Spreken we een man aan op seksueel misbruik, zegt die ‘ik ben geen Dutroux’, alsof dat de norm is. Wie geconfronteerd wordt met geweld in een gezin, kijkt nog vaak weg en hoopt dat het wel voorbij zal gaan. Voor ieder persoon die aangesproken wordt voor geweld op een kind, staan verschillende anderen klaar om te zeggen dat het zeker een vergissing is, dat men toch ook niet te lichtzinnig kinderen moet geloven. Terwijl onderzoek vorig jaar nog eens kwam bevestigen dat één meisje op tien in Vlaanderen voor de leeftijd van 18 seksueel misbruik meemaakt, de helft van hen door volwassenen. Onlangs, in een enquête van het TV1-programma Palavra, zei 56% van de ouders ‘ja’ op de vraag ‘kan slaan in de opvoeding?’. Uit de begeleidende interviews kon men horen dat de ouder die een kind slaat, dat doet vanuit een pedagogische visie (‘anders groeien ze je boven het hoofd’). Slaan om mensen te verbeteren. Wie die redenering steunt, kan de spiraal van geweld niet meer stoppen. Ook een man die zijn vrouw slaat, vindt dat hij daarvoor zijn redenen heeft: omdat ze te veel naar iemand anders keek, omdat ze niet deed wat ze van hem doen moest ... Een land dat op een ander land bommen gooit, doet dat vanuit de bezorgdheid dat volk te verbeteren. In Madrid zullen straks mensen zeggen dat ze ten onrechte terroristen genoemd worden, dat ze in tegendeel hun daden uitvoeren vanuit een visie. Geweld onder welke vorm ook afwijzen, is weigeren om ons denken in een kooi te stoppen.

Teken van hoop

Het proces-Dutroux is een teken van hoop. De rustige reactie van het publiek wijst er op dat er terug vertrouwen is dat ernstig werk geleverd wordt. In vele landen is het nog steeds onmogelijk de gruwel van kindermisbruik aan het licht te brengen, een parlementaire onderzoekscommissie te laten aanwijzen waar het fout zit, justitie openlijk ter discussie te stellen, met 300.000 mensen vreedzaam op straat te komen. De ouders van de slachtoffers staan in de rechtbank als monumenten van democratie. Sommige onder hen komen niet naar het proces, anderen hebben kritiek op het onderzoek, maar ze roepen niet op tot gewapende opstand, ze leggen geen bompakket. Ze laten de democratische systemen hun werk doen, ondanks de zware schuld die de samenleving bij hen heeft uitstaan. Als mondige slachtoffers staan ze symbool voor het geloof dat geweld geen oplossing is voor geweld. Ze gaan een moeizame weg, maar zijn uitgegroeid tot voorbeeld voor tal van andere slachtoffers. Dat steunen we door te weigeren onze ogen te sluiten voor wie geweld meemaakt, te weigeren onze gedachten te laten kooien.

Peter Adriaenssens

Kinder- en jeugdpsychiater KU Leuven
Directeur Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Leuven
Kliniekhoofd Kinderpsychiatrie UZ-KULeuven

Bron: De Tijd 22/03/04